Net zoals andere websites maken ook wij gebruik van cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek van onze website voor jou nog makkelijker en persoonlijker te maken. Bovendien kunnen wij en derde partijen hiermee eventueel advertenties aanpassen aan jouw interesses en kun je informatie delen via social media. Door verder gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord. Bekijk onze privacy policy

Afwijkend mondgedrag

Als je erop let, zie je veel kinderen (en volwassenen) die hun mond bijna altijd een beetje open hebben staan. Ook op momenten dat ze niet verkouden zijn en hun neus niet verstopt is. Ze zijn eraan gewend geraakt om hun lippen niet op elkaar te houden. Het is een gewoonte geworden. Een gewoonte die vervelende gevolgen kan hebben en waaraan we zo vroeg mogelijk iets zouden moeten doen.

Bij de onderstaande problemen op het gebied van afwijkende mondgewoonten is logopedische begeleiding zinvol:

                                                     
OPEN MONDGEDRAG     
Als kinderen hun mond laten openhangen, worden de spieren van lippen, tong en wangen slapper. Die spieren zijn belangrijk voor een goede ontwikkeling van gebit, kaken en gehemelte. Bij kinderen met een open mond is de kans groot dat de bovenkaak smal blijft en naar voren groeit. Hierdoor wordt het steeds moeilijker om goed te praten en te slikken.

                                          
ADEMEN DOOR DE MOND      
Bij de geboorte ademt iedereen van nature door de neus. De neus zorgt ervoor dat de lucht die we inademen wordt schoongemaakt, verwarmd en bevochtigd. Kinderen die door de mond ademen, krijgen voortdurend vuile, koude en droge lucht binnen. Hierdoor worden ze sneller verkouden en blijven ze verkouden. Door al die verkoudheden horen ze vaak minder goed. Goed horen is weer enorm belangrijk voor de ontwikkeling van spraak en taal. Bovendien staat bij mondademers de mond altijd een stukje open (zie open mondgedrag)!

                                         
DUIM-, VINGER- EN/OF SPEENZUIGEN    
Bij veel kinderen die duimen, groeien de boventanden naar voren. Wanneer ze ongeveer 12 jaar zijn, moeten ze dan een beugel gaan dragen om de tanden weer netjes in het gelid te krijgen. Duimen heeft niet alleen gevolgen voor het gebit; ook de kans op mondademen wordt er groter door. De lippen kunnen niet zo gemakkelijk op elkaar gehouden worden, omdat de tanden naar voren steken. Als een kind duimt, ligt de tong onder in de mond en vaak ook te ver naar voren. De tong komt dan tussen de tanden door. Dit verhoogt de kans op slissen of lispelen.

                                                         
INFANTIELE SLIK    
Normaal slik je met de tong boven tegen het gehemelte. Kinderen die verkeerd slikken, persen de tong tussen de tanden door, zoals een baby de tong naar voren duwt tijdens het zuigen. De gevolgen van verkeerd slikken laten zich raden; omdat de tong steeds tegen de tanden duwt, vervormt die langzaam het gebit. De tanden gaan naar voren staan en/of er ontstaat een opening tussen onder- en boventanden. Door die vooruitstaande tanden wordt lipsluiting moeilijker en wordt de kans op mondademen groter. Je ziet dan vaak ook dat de uitspraak van de s, z, t, d, n en/of l niet met tongheffing wordt gerealiseerd, maar met een voorwaartse tongbeweging.

Contact